rippetisie vastenavendliedje

02 februari 2009

Klik hier om foto's te bekijken

                                  
Openbare repetitie “vastenavendliedje” 2009

Maandag 2 februari, twee dagen na het Neuzenbal,  was het weer zo ver. De traditionele openbare repetitie van het nieuwe “vastenavendliedje”. Naast de leden van de harmonie wisten ook weer een groot aantal dweilbandmuzikanten de weg te vinden naar ons repetitielokaal. In het begin was er nog een bonte kakafonie te horen van door elkaar heen spelende muzikanten. Iedereen wilde immers laten horen dat hij of zij tijdens het eerste vastenavendweekend weer voldoende “ammezuur” had opgebouwd.

 

 

Toch slaagde onze dirigent Meike er in het gezelschap in korte tijd om te vormen in een heuse vastenavendharmonie. Na een repetitie van een goed half uur kon het nieuwe vastenavendliedje dan ook op muzikale wijze gepresenteerd worden aan prins Nilles III, die inmiddels met zijn gevolg was gearriveerd. Nilles werd uiteraard eerst welkom geheten door de voorzitter die duidelijk liet zien dat hij het motto “Vastenavend, da’s pas vekansie” letterlijk had opgevat. Hij had zijn outfit van de laatste vakantie in de bergse Alpen nog aan.

 Als presentje bood hij prins Nilles een verse sneeuwbal aan die wat gesmolten bleek te zijn na een aantal maanden in een defecte koelkast te hebben gelegen. Uiteraard kon de “òòg’eid” het, met zijn muzikale achtergrond, niet laten om het dirigeerstokje ter hand te nemen waarbij hij zelf de laatste puntjes op de i zette bij de uitvoering van het nieuwe liedje. De slagwerkpartij, toch de basis van de vastenavendmuziek, werd door hem extra onder de loep genomen waarbij serieus aandacht besteed werd aan de samenwerking tussen bekkenist en grote tromslager. Aan het eind van de repetitie was het voor de meeste muzikanten wel duidelijk. Het was weer een leuk liedje dat goed te doen was. Hoewel sommige muzikanten toch wat verbaasd waren dat hun collega’s, door het volgen van een aantal bollekes met stokjes en streepjes op een blaadje papier,  zo snel het liedje onder de knie hadden maar ook zij hadden alle vertrouwen in een ‘leutige stikgève muzikale vastenavendvekansie’